Oeps, we zijn vergeten te verrekenen
Oeps, we zijn vergeten te verrekenen

26 juli 2023

We hebben de jaarlijkse verrekenplicht (het ‘periodieke verrekenbeding’) uit onze huwelijkse voorwaarden niet uitgevoerd. Moeten we bij echtscheiding nu alles 50/50 delen of kunnen we dit nog voorkomen?

Een veel gemaakte bepaling in huwelijkse voorwaarden is het zogenoemde ‘periodieke verrekenbeding’, ook wel het ‘Amsterdams verrekenbeding’ genoemd. Hiermee wordt een bepaling in de huwelijkse voorwaarden bedoeld die regelt dat alles wat een partner van zijn inkomen overhoudt nadat de huishoudkosten zijn betaald, jaarlijks wordt gedeeld met de andere partner.
In deze blog wordt uitgelegd hoe deze verrekenbedingen werken, wat de voor- en nadelen zijn, waar je op moet letten bij het opstellen van dergelijke verrekenbedingen en belangrijk: dat er grote onbedoelde financiële gevolgen kunnen zijn als je de verrekening niet uitvoert!

Redenen om een periodiek verrekenbeding tussen partners af te spreken

Een periodiek verrekenbeding kan worden opgenomen in de huwelijkse voorwaarden, bijvoorbeeld omdat de ene partner vanwege de opvoeding van de kinderen minder gaat werken en daardoor minder (of niet) kan sparen, terwijl de andere partner volledig blijft werken. Het is dan mogelijk om het gespaarde inkomen van de andere (volledig werkende) partner samen te delen. Een ander motief kan zijn om winsten uit een onderneming van de ene partner voor de helft aan de ander over te hevelen, zodat die bedragen buiten het bereik van eventuele schuldeisers van de onderneming blijven.

Wat is ‘inkomen’ eigenlijk?

In de huwelijkse voorwaarden wordt het begrip inkomen vaak specifiek omschreven. Partners kunnen ervoor kiezen om onder meer inkomen uit loondienst, inkomen uit een onderneming, werkelijk genoten inkomen, dividend uit de eigen BV of NV of zogeheten stakingswinsten onder het begrip inkomen te laten vallen. Wanneer de huwelijkse voorwaarden niet aangeven wat er precies als inkomen moet worden gezien, schrijft de wet voor dat al het inkomen als inkomen zal gelden. Let op: het gaat hier om inkomen en dus niet om waardestijgingen van bijvoorbeeld het huis of de onderneming. Dit is alleen anders als die waardestijging is veroorzaakt door een investering met inkomen dat eigenlijk verrekend had moeten worden tussen de partners. Schenkingen en erfenissen zijn trouwens ook geen inkomen, evenmin als de zogeheten huwelijksaanbrengsten (hetgeen je aan privé-vermogen ‘meeneemt’ het huwelijk in).

Wanneer is inkomen overgespaard, zodat het moet worden verrekend?

Inkomen dat overblijft na betaling van ieders aandeel in de huishoudkosten, is zogenaamd ‘overgespaard inkomen’. Dit inkomen wordt niet opgemaakt (‘verteerd’) en is dus overgespaard. Het is van belang om te weten wat overgespaard inkomen is, omdat alleen dit ‘overgespaarde’ inkomen op grond van het periodiek verrekenbeding met elkaar moet worden gedeeld.

Voor- en nadelen van een periodiek verrekenbeding

Een groot voordeel van het periodieke verrekenbeding is dat er door de partners ‘periodiek’ (meestal jaarlijks) moet worden verrekend, waardoor de ontvangende partner vanaf de eerste verrekening al over een eigen vermogen kan beschikken. Dit in tegenstelling tot een finaal verrekenbeding, waar aan het einde van het huwelijk – of in andere gevallen bepaald in de huwelijkse voorwaarden – pas (eenmalig) verrekend wordt. Het voordeel dat je jaarlijks moet verrekenen is ook het grootste nadeel van het periodieke verrekenbeding; er moet dan namelijk wel daadwerkelijk jaarlijks worden verrekend. In de praktijk blijkt echter dat dit jaarlijks verrekenen er vrijwel nooit van komt. Partners vinden het lastig om te bepalen wat precies moet worden verrekend. Ze durven er niet om te vragen bij de ander, of het ‘komt nu even niet uit’. Niemand wil uiteraard de kerstsfeer verpesten door over verrekening te beginnen. Zeker in de ondernemingssfeer is het vaak niet eenvoudig om vast te stellen wat nu echt overgespaard inkomen is. Vaak herinnert een van de partners zich bij echtscheiding ineens (soms met de hulp van een advocaat) dat er nooit periodiek verrekend is en eist dan dat er alsnog wordt verrekend. In de huwelijkse voorwaarden kan staan dat een vordering tot verrekening na een aantal jaren is verjaard en dat verrekening niet meer kan worden geëist. In de rechtspraak wordt er desondanks van uitgegaan dat vorderingen tussen partners tijdens het huwelijk niet verjaren. Na de echtscheiding kan de vordering tot verrekening wel verjaren; volgens de wet verjaart een vordering tot periodieke verrekening drie jaar na de beëindiging van het huwelijk.

We hebben ons periodieke verrekenbeding niet uitgevoerd: wat nu?

In de wet staat de hoofdregel voor gevallen dat een periodiek verrekenbeding niet is uitgevoerd: in dat geval geldt dat al het bij het einde van het huwelijk aanwezige vermogen, wordt vermoed te zijn gevormd uit te verrekenen inkomen! Er wordt dus feitelijk gedaan alsof alles van de partners samen is geworden, anders gezegd alsof er een gemeenschap van goederen bestaat. Het gevolg is dat het vermogen (50-50) moet worden verrekend. Iedere partner heeft dus recht op de helft van (de waarde van) het totale vermogen. Alleen als de partner stelt en zo nodig ook bewijst dat zijn vermogen niet uit overgespaard inkomen is verkregen, maar bijvoorbeeld door erfenis of schenking, wordt dat vermogen niet verrekend. Hieruit blijkt hoe belangrijk het is om een goede administratie bij te houden, zodat altijd duidelijk is hoeveel gespaard is en dus moet worden verrekend. Het is ook verstandig om bijvoorbeeld schenkingen en erfenissen op een privérekening te laten overmaken en bij te houden wat allemaal met de gelden van die privérekening is gekocht.

Als we al jaren niet hebben verrekend, is het nu dan al te laat of kunnen we de jaren waarin we niet verrekend hebben, nog inhalen?

Stel dat je in de situatie zit dat je als partners al jaren niet hebt verrekend met elkaar, dan zal niet makkelijk meer te achterhalen zijn welke bedragen ieder jaar zijn overgespaard. Toch is er wel een oplossing om tijdens het huwelijk ‘schoon schip’ te maken. Dit kan met een zogenaamde ‘vaststellingsovereenkomst’. Met hulp van een adviseur kan bij benadering worden vastgesteld wat jaarlijks had moeten worden verrekend. Dit wordt vastgelegd in een overeenkomst, die beide partners kunnen ondertekenen voor akkoord. Vervolgens worden de huwelijkse voorwaarden vaak zo veranderd dat de verplichting tot jaarlijks verrekenen vervalt en wordt vervangen door een praktischere afspraak.

Wat als er aan het eind van een jaar geen geld ‘vrij’ is om te verrekenen vermogen daadwerkelijk te betalen?

Als het daadwerkelijk betalen van geldbedragen (als gevolg van het verrekenen) een probleem zou geven, zou het goed zijn in ieder geval vast te leggen welk bedrag de ene partner aan de andere partner zou moeten uitkeren. Hierdoor krijgt de ene partner een vordering op de andere partner. Er is in dat geval wel verrekend, maar niet uitgekeerd. Een nadeel van het verrekenen maar niet uitkeren, is dat als een partner in financiële problemen aan de vordering wil voldoen – om op die manier vermogen veilig te stellen – het meestal te laat is. De schuldeisers van die partner kunnen zo’n transactie dan nog ongedaan maken.

Tot slot

Heb je een periodiek verrekenbeding in je huwelijkse voorwaarden opgenomen? Verreken dan ook daadwerkelijk jaarlijks en houd een goede administratie bij! Leg in je administratie ook vast wat er allemaal met privégelden betaald is en wat niet. Belangrijk is ook (bij het maken van huwelijkse voorwaarden) dat de huwelijkse voorwaarden duidelijk zijn over de vraag wat er allemaal onder het overgespaard inkomen valt en wat niet. Wij kunnen je hierover uitgebreid informeren. Heb je niet jaarlijks verrekend en wil je dit repareren? Wij kunnen je hiermee helpen. In een zogeheten vaststellingsovereenkomst kan een en ander alsnog duidelijk worden vastgelegd en op deze wijze is het mogelijk het niet-verrekenen alsnog te repareren om te voorkomen dat aan het eind van het huwelijk alles 50/50 moet worden gedeeld.

Vragen?

Heb je vragen over het verrekenen? Dan kun je uiteraard contact met Fleur opnemen. Zij helpt je graag!

Fleur-Bakker

AUTEUR

Fleur Bakker

Specialist | familiebedrijven & erfrecht

Ik houd ik mij voornamelijk bezig met het ondernemingsrecht en het personen- en familierecht. Het persoonlijke contact met cliënten, de gesprekken samen en van betekenis kunnen zijn bij belangrijke gebeurtenissen in hun leven.

Gerelateerde artikelen

Stijging wettelijke rente naar 7 procent

Stijging wettelijke rente naar 7 procent

Vanaf 1 januari 2024 stijgt de wettelijke rente voor niet-handelstransacties naar 7%. Voorheen was dat 6%. Deze stijging heeft onder andere gevolgen voor vorderingen die (zijn) ontstaan uit de wettelijke verdeling en de legitieme portie. Sinds 2003 'werkt' de...

Lees meer
De onderneming en het huwelijk

De onderneming en het huwelijk

Valt je onderneming in de huwelijksgemeenschap? Als ondernemer ben je vooral bezig met de bloei van je onderneming. De juridische zaken moeten goed geregeld zijn, maar hebben vaak niet de meeste aandacht. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met je onderneming als je gaat...

Lees meer